Onderbouw 1: Kaasproductie / opdrachten

In Nederland zijn ontzettend veel soorten kaas te koop. Denk maar eens aan Goudse, Edammer, graskaas en boerenkaas. En die zijn er allemaal in jong, jong belegen, belegen en oude kaas. Daarnaast zijn er veel Franse en andere buitenlandse kazen te koop. Al die kazen hebben één ding gemeen, ze zijn gemaakt van melk. Ook is de koe zelf vaak gevoerd met soja, en voor de teelt van soja zijn in Zuid-Amerika vaak grote delen oerwoud verbrand.. Maar wat maakt kazen van elkaar verschillend? Dat wordt in deze les behandeld.
1.1 Opdracht: keurmerken

1.1 Opdracht: keurmerken

Er zijn een heleboel keurmerken in omloop. Niet alle keurmerken geven echter een waarborg voor een eerlijk product. Om enig inzicht te krijgen in de verschillende keurmerken geven we hier drie belangrijke keurmerken. Zodat je zeker weet dat je met een milieuvriendelijk of ‘goed’ product naar huis gaat.

Lees verder...

1.2 Opdracht: tussen de winkel en de boer

1.2 Opdracht: tussen de winkel en de boer

Van de boerderij gaat die melk naar de kaasfabriek. Om kaas te maken, is stremsel nodig. Stremsel wordt gemaakt van koeienmagen. Daarna gaan de kazen naar het pakhuis. Daar krijgen ze een plastic beschermlaagje, waardoor ze een lekkere smaak krijgen en niet gaan schimmelen. Niet alle kazen worden in een fabriek gemaakt. Er zijn in Nederland ongeveer 500 boerderijen die eigen kaas maken. De kaas wordt gemaakt op de boerderij waar de melk vandaan komt. Boerenkazen kunnen biologisch zijn, maar zijn het niet automatisch.

Lees verder...

Document acties