Bezoek Europees parlement - Mick - Deal or no deal, it is all about lobby!
Nog voor het krieken van de dageraad wordt ik van mijn bed gelicht door een piepende digitale wekker. Vijf uur s’ ochtends, tijd om op te staan. Anderhalf uur later, op Amsterdam CS, ontmoet ik Kimo – onze coördinator – en een vijftal mede-JA’s (jongeren ambassadeurs). Op Rotterdam CS, Den Haag CS en Dordrecht voegt de rest zich, een voor een, bij ons.
Na een lange reis arriveren we, via de ondergrondse metro, op de zogeheten plaats van bestemming. Een imponerend complex van gigantische, glimmende bouwwerken verschijnt aan onze gezichtseinder. Reikhalzend lopen we gezamenlijk richting het welkomstplein, en aanschouwen, boven ons, een honderdenmeterslange horizontale Arc de Triomph. Het is een verbindingsbrug tussen verschillende departementen, die stromen mensen af- en aanvoeren. Eenmaal binnen ontmoeten we onze gastvrouw van de dag, Jacqueline die ons langs de vlieghavenachtige detectiepoortjes en –scanners leidt. De gemeenschappelijke ruimten en gangen die we aantreffen, zijn van reusachtige proporties – in de lengte, breedte en hoogte. Een meer ‘menselijke maat’ zou overigens niet erg geschikt zijn, aangezien ongeveer 5000 ambtenaren dagelijks gebruik maken van deze knooppunten.
De plenaire zaal – waar bij gelegenheid 785 Europarlementariërs zitting hebben, is een heuse arena. Op het bureau voor iedere stoel is een elektronisch stemkastje, een microfoon en een koptelefoon geplaatst. En aan de overkant, onder het plafond, bevindt zich een ring skybox-kamertjes, voor tientallen professionele vertalers. Doordat de EU inmiddels 27 lidstaten telt, heeft men ervoor gekozen, het gezegde eerst naar het Engels (of Frans) te vertalen, en vervolgens naar de circa twintig andere talen. Zo krijg je bijvoorbeeld de reeks Roemeens – Engels – Portugees. Een rechtstreeks debat voeren is daarom, vanwege de vertraging en het fenomeen ‘lost in translation’, erg lastig. In andere, minder symbolische, minder voltallige samenstellingen (bijvoorbeeld van een commissie, een comité of een raad), communiceert men trouwens gewoon in het Engels, Frans of Duits.
Ambtenaren in (mantel)pak, in grote getale, bemannen en bevrouwen de kantine, tijdens de lunch, afkomstig uit alle Europese windstreken. Ik kijk om mij heen, en vraag me af wat al die mensen hier eigenlijk de hele dag doen. Idealiter vormen zij een transnationale smeltkroes die het algemene Europese belang behartigen. In de praktijk echter, is het Europees Parlement onderling c.q. intern verdeeld. De christendemocraten (CDA, Christenunie/SGP) en sociaaldemocraten (PvdA, SP) zijn de twee grootste spelers, gevolgd door de liberalen (VVD, D66) en dan pas, helaas, de groenen (Groenlinks). Vaak verenigen deze vier partijen zich, met hun ‘soortgenoten’ uit het buitenland. Het politieke orgaan dat het Europees Parlement complementeert en soms zelfs meer macht heeft, is de Raad van Ministers, bestaande uit, bijvoorbeeld, de 27 milieuministers, als het gaat om nieuwe wetgeving inzake duurzame energie. In die samenstelling is het af en toe ‘ieder voor zich’: ieder land probeert voor zichzelf een zo gunstig mogelijke deal te sluiten. Het is desondanks ook geregeld andersom: dat de Raad van Ministers progressiever blijkt dan het Europees Parlement.
Het overkoepelende sleutelwoord dat alles en iedereen hier met elkaar verbindt: informatie. Politici en hun assistenten zijn voortdurend bezig zich te informeren. Ze schrijven wetsvoorstellen, rapporten, commentaren, beleidsprogramma's onderzoeksverslagen, notulen van vergaderingen, persberichten enz. Bovendien worden ze geconfronteerd met een leger aan lobbyisten; van elke tien naar verluidt één werkzaam voor een NGO (goede doelen, milieuorganisaties etc.), en maar liefst negen voor het bedrijfsleven (multinationals etc.). De ingezetenen van het Europees Parlement, met name van de kleinere partijen (zoals GroenLinks), moeten beschikken over een groot geduld, doorzettingsvermogen en zelfbeheersing, want in de meeste gevallen is het een kwestie van compromissen sluiten, van ‘uitruilen’, van eindeloos herhalen en benadrukken van relevante en urgente punten. Het vergt bovendien een bewonderenswaardige veerkracht, want als lid van De Groenen weet je van tevoren dat een meerderheid van je voorstellen, zeker door de christendemocraten maar ook dikwijls door de sociaaldemocraten, zal worden weggestemd, afgezwakt of opgeschort.


